Na voltooiing van het Pieterpad, beginnen we vandaag aan een nieuwe uitdaging, het Peellandpad. Tegen de
gewoonte in lopen we van het eindpunt Roermond, kaart 31 in het boekje, naar het beginpunt en dat om in het
gezellige 's-Hertogenbosch te eindigen.
Getrouw aan onze gewoonte zitten we om acht uur aan de koffie met peperkoek bij Pieter. We vertrekken direct
met twee auto's naar het eindpunt van de eerste etappe van het Peellandpad aan de Heldense Dijk even ten
noorden van Roggel. Wij vinden een prima parkeerplaats bij het recreatiepark De Leistert, een paar honderd
meter van de route.
Met de andere auto pendelen we naar het beginpunt. In plaats van het station (lastig parkeren) gaan we naar
het parkeerterrein bij het Kasteeltje Hattem in Roermond. Deze plek kennen we al van het Pieterpad.
Rond half tien wandelen we door het park bij het kasteeltje en langs de monumenten voor gesneuvelde militairen
in Nederlands Indië tot en met de huidige vredesmissies in diverse landen.
Het is nog droog, maar voor hoe lang? We zijn net de bruggen over de Roer gepasseerd en dan begint het te
druppelen. Al snel zoveel, dat de poncho's en de paralu's uit de rugzakken worden gehaald. Aan de regen
valt niet te ontkomen. De route is daardoor minder mooi.
Bij de tocht over de bruggen van Maas, Maasplassen en het Lateraalkanaal Linne - Buggenum, oftewel een
kanaal parallel aan de bochtige Maas, kun je een mooi uitzicht hebben, maar vanwege de hevige regenval is
het nogal dampig.
Een eenzaam pleziervaartuig gaat mistroostig in noordelijke richting door het kanaal en wij worden doornat
tot ver boven de knieën, behalve Pieter. Hij is, erg flink, "kortgebroekt" aan de tocht begonnen. Bovendien
heeft hij een erg grote en lange poncho, die tot aan zijn schoenen reikt. Onze weerman heeft goed voor
zichzelf gezorgd.
Wij verlaten de grote weg en nemen de afslag naar Horst. Bij Horst moeten we voor ons gevoel, althans zeker
bij dit weer, een omweg maken om tot het kasteel van Horn te komen.
Het heeft een fraai parkje, maar wij kunnen er nu niet van genieten. Onze gedachten gaan terug naar de
eerste etappe van het Brabants Vennenpad. Ook toen erg nat weer en zelfs zo erg, dat we zijn gestopt. Nu
valt ook de opmerking: "Als er een bushalte is kunnen we terug gaan naar Roermond". Geen bushalte, maar wel
een carport bij een woning aan de Kemp, een straat aan de rand van Horn. We kunnen hier in elk geval even
droog pauzeren en van een koek van Wim genieten.
De buurvrouw heeft stemmen gehoord en doet de voordeur open: "Tsjonge, tsjonge, wat een weer! Jullie hebben
het niet getroffen". Ze opent ze garagedeur en we kunnen gebruik maken van enkele stoelen en even met haar
kletsen. Ze hebben enkele keren last gehad van hoog water van de Maas: "In 1995 meer dan een meter in huis!".
Het regent intussen iets minder hard en wij gaan toch maar verder met onze tocht. Bedanken haar en verlaten
wat verder Horn richting Leudal.
De route is niet altijd even duidelijk gemarkeerd en mede door de regen kijken we wat minder in het boekje.
We missen een markering en lopen bij het Kloppeven een eindje over een pad, dat vrijwel parallel loopt aan
de feitelijke route langs het ven. Bij de oversteek van de drukke Napoleonsweg komt alles weer goed. Een
eindje verder helpt de boer van de Houterhof ons de juiste richting te kiezen en passeren daarna de Haelense
Beek.
Na een tunneltje onder de spoorbaan Weert - Roermond, gebouwd in 2003, gaan we door het Starrenbosch en daar
wordt het warempel langzaam vrijwel droog. Niet meer verwacht, maar toch welkom. Iets verder bereiken we het
Leudal en lopen langs de Tungelroyse Beek. De beek heeft op verschillende plaatsen een diep dal gesleten in
het zandpakket. Ter hoogte van het Sint Elisabethklooster (aan de andere kant van de beek) eten we een
boterham.
En …… echt waar, we zien blauwe plekjes en even later staat Henk te genieten van de eerste zonnestralen. De
kleren kunnen opdrogen en als we kort na één uur verder gaan begint het zelfs behoorlijk mooi te worden. Af
en toe denken we dat het weer regent, maar het zijn gelukkig druppels van de bomen.
Het is hier een erg mooi stukje langs de laag gelegen beek. We steken de beek over en komen in de buurt van
de watermolen Sint Ursula. Wij zijn blij niet te zijn gestopt met de wandeling, zodat we nu kunnen genieten
van deze mooie plek. Ron, Wim en Jan nemen daar de tijd voor, maken foto's en lopen even de molen in. Henk
en Pieter zijn al doorgelopen.
De drie gaan ook weer verder en Ron zegt: "Hier staat een markering" en we moeten inderdaad direct naast de
molen een pad in. Jan: "Ik geloof, dat Henk en Pieter hier rechtdoor zijn gelopen". En dat is het verkeerde
pad. Wim maakt gebruik van zijn mobieltje en belt Pieter: "Waar lopen jullie? Hebben jullie direct na de
molen het pad genomen?" Nee dus, ze zijn toch al gauw een dikke vijfhonderd meter de verkeerde kant op
gegaan. Wim: "Kom maar terug. We wachten wel bij de molen".
Afijn, na een dikke vijf minuten zijn we weer compleet en vervolgen het pad langs de molen en de beek.
Pieter en Henk: "Wij hebben wel een ree gezien". Wim: "Die ree had zeker net zo'n petje op als jij!".
Overigens is het hier ideaal voor ijsvogeltjes, maar die zien we helaas niet.
Een stukje verder geeft een markering een richtingverandering aan en wij slaan rechtsaf en zien vervolgens
geen markering meer. Verderop is de conclusie wel duidelijk: "We lopen verkeerd!". Wij houden nu voortdurend
links aan en na een dikke kilometer komen we inderdaad weer uit op de plek, waar we de fout in zijn gegaan.
Ron ziet nu de onduidelijke markering op een boom en we nemen een smal pad langs de beek, die hier de Leubeek
heet. Wij volgen de beek en komen uit bij een door de beek uitgesleten zandhelling.
Op de zandhelling zijn twee ouders samen met kinderen druk in de weer om met zeilen een glijbaan te maken:
"Een kinderfeest hoeft niet duur te zijn. We hebben zeep en met water uit de beek moet het gaan lukken".
De kinderen hebben een zwembroek aan. Daar is het niet te koud voor, want het weer is inmiddels prima geworden.
Wij beklimmen de steile zandhelling en gaan via een even steil pad naar beneden en komen terug bij dezelfde
beek om die vervolgens met een brug te kruisen. Aan de andere kant komt het pad uiteindelijk uit bij een
brug over de Zelsterbeek, die iets verder in de Leubeek stroomt, waar we net hebben gelopen. De Leubeek
krijgt in oostelijke richting extra voeding van de Haelense Beek en stroomt als Neerbeek verder naar de Maas.
Beken genoeg hier.
We pauzeren op een bank en verlaten daarna het natuurreservaat Leudal en komen na een stukje asfalt, de
Leukdalweg, op de Donderberg en de Sterrenbosweg. Geasfalteerde weggetjes met af en toe een auto. Bij
Ophoven verbazen we ons over een boom met erg stekelige bladen, de Araucaria araucana, een conifeer, ook
wel slangeden of apenboom genoemd. Je ziet ze wel meer, alleen deze heeft bloem- of vruchtvorming, die we
nog niet eerder hebben gezien bij deze bomen. De bewoner geeft ons wat toelichting: "De bladen zijn zo
stekelig en hard, dat er geen vogels in gaan zitten"
De laatste kilometers tikken behoorlijk aan. De benen worden flink gevoeld en na de Leukeshoeve gaan we
links over een pad met veel puin. Na wat zigzaggen komen we uit op de Heldense Dijk. De Leistertweg laten
we rechts liggen, die is voor de volgende keer. Wij lopen door en komen rond vijf uur uit bij de Leistert,
waar de auto staat van Henk.
De geschatte afstand van twintig is door wat extra meters in Roermond en het
verkeerd lopen in het Leudal uitgekomen op ruim vierentwintig kilometer. Ondanks de regen, of misschien wel
dankzij, zijn we uitgekomen op een gemiddelde van 4,7 km per uur. Het kan er mee door en wat er in elk geval
mee door kan is het weer, dat vanaf het Leudal prima is geweest.
Wij besluiten een biertje te pakken bij het café van het recreatiepark De Leistert, een soort sportcafé bij
sportvoorzieningen en daarom geen bitterballen vandaag. Wij zijn tevreden met de gekregen zoutjes en het
bier smaakt heerlijk.
Het is uiteindelijk toch nog een prima wandeldag geworden en na de biertjes pendelen we naar Roermond om de
auto van Wim te halen en rijden vervolgens terug naar Nuenen.